*(Marron) tentoonstelling kunst van overleven. *Momenteel geen uitzendingen van Sasoni radio. *Workshop Saramaccaanse taal bij Tropen museum. *Saamaka Soni is op zoek naar foto's uit het verleden van Suriname. *Heeft u foto's, laat ons een kijkje nemen. *Staat u op een foto bij Sasoni? ...u kunt al uw foto’s bestellen. *Workshop Saramaccaanse taal bij Tropen museum. *(Marron) tentoonstelling kunst van overleven. *Momenteel geen uitzendingen van Sasoni radio. *Workshop Saramaccaanse taal bij Tropen museum. *Saamaka Soni is op zoek naar foto's uit het verleden van Suriname. *Heeft u foto's, laat ons een kijkje nemen. *Staat u op een foto bij Sasoni? ...u kunt al uw foto’s bestellen. *(Marron) tentoonstelling kunst van overleven.

Tata Awagi Award
Tata Awagi Award uitgereikt aan een top artist.
Op 30 januari 2010 organiseerde Stg. Saamaka Soni & Crew haar 1e Tapa yai. Ondanks het barre boze winter weer was de opkomst goed te noemen. Tijdens deze tapa yai kreeg Errol Burger (van de muziekformatie Tweede Kamer) de Tata Awagai Award uitgereikt. Dit i.v.m. zijn jaren lange diensten die hij aan de Marron samenleving heeft geboden op het gebied van muziek. Errol Burger was zeer vereerd en genoot van de belangstelling. Het is de bedoeling dat Stg. Saamaka Soni jaarlijks deze award zal uitreiken aan personen die een zeer belangrijke bijdrage aan de Marron samenleving leveren.
Een ieder die een kandidaat weet, verzoeken we contact op te nemen met de heer E.H.Ray Landveld (voorzitter van Stg. Saamaka Soni). Kandidaten voordragen kan alleen als de reden van de voordracht duidelijk onderbouwd is. De commissie die hiervoor in het leven geroepen is, oordeelt in overleg met de hoofd kapitein der Saramaccaners die in naam van het hoogste gezag (Gaama Belfon Aboikoni) mag spreken.

Ontruiming Brokopondo worden voortgezet
Regering en multinational IAMGold gaan begin dit jaar door met ontruimingen te Gross Rosebel. Een civiele rechtszaak in behandeling bij het Hof van Justitie voor een forse schadevergoeding wegens gepleegde vernielingen, zal de actie niet stoppen. Het onderzoeksgebied van dochtermaatschappij Rosebel Goldmines (RGM) wordt ontdaan van illegale goudzoekers uit omliggende dorpen.
De groep blijft aanzwellen en volgens districtscommissaris Verno Prijor is ordening dringend noodzakelijk. Hij vreest geen Papatam-achtige taferelen: "Saramaccaners zijn over het algemeen gematigd. Hier zijn we zeer vredelievend". De burgervader beweert dat er geen spanningen bestaan tussen de bewoners in het district Brokopondo, personen en bedrijven die zij ervaren als ‘indringers', zoals Brazilianen, stedelingen en de Canadezen.
Prijor stelt dat in het gebied genoemd ‘Siksi' een volledige chaos heerst. De RGM- directie oriënteerde zich begin deze week, waarna werd besloten dat de situatie niet langer kan worden gehandhaafd. Het gedoogbeleid van het bedrijf geldt slechts voor de Nieuw Koffiekampers die geregistreerd staan bij IAMGold. Siksi zal ontruimd moeten worden om de rust en veiligheid in het gebied te garanderen. Brazilianen zijn vooral actief rond Brownsberg en langs Sneysi-pasi, de weg die leidt naar de Kleine Saramaccarivier in het Matawai gebied. De burgervader geeft aan dat een buitenlandse expert zal aanzitten bij de besprekingen die volgen na de acties van de jongerenorganisatie Makamboa in februari vorig jaar. De deskundige wordt in de eerste week van januari in Suriname verwacht.
De situatie in Nieuw KoffieKamp is nog rustig, waardoor de communicatie makkelijk is. Met de buitenlandse aanwinst moet een structurele oplossing komen in het ‘goudwinningsgebeuren’ in Brokopondo. Vooral nu gerapporteerd is aan de regering dat de porknockers ook op de mijnen in de exploitatiezone van RGM zitten. Prijor ontkent spanningen die kunnen leiden tot massale gewelddadige acties van de binnenlandbewoners. Spanningen zijn er altijd waar mensen gezamenlijk wonen, maar niet van dien aard dat het vormen aanneemt als in Albina en tot criminele uitbarstingen komt. "Niet in Brokopondo. We zijn alert. Het bestuur en de politie". Intussen is de gouddelversorganisatie NV Gowtuman ‘94 uit Brownsweg in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de kortgeding rechter. De rechter in kortgeding had de klein-ondernemers niet ontvankelijk verklaard in hun vordering van ruim 375.000 Surinaamse dollar, en het respecteren van een overeenkomst getekend met RGM en de Mijnbouwwet van Suriname. Schade is opgelopen na vernietiging van eigendommen in goudkampen die in het onderzoeksgebied van RGM stonden. Volgens de gouddelvers kan RGM geen eigendomsrechten ontlenen aan een exploratievergunning. Het was dus onbevoegd om hardhandig op te treden. Te Brownsweg wonen in een concentratie van acht dorpen bijkans 3.500 personen. Met omliggende dorpen en kampen, zoals Klaaskreek, Marchallkreek, Alasabaka, Ballinsoela, Asigron, Dreypada, Compagniekreek komt dit aantal op bijkans 5.500 mensen. DWT

Marrons van Suriname
Toon Fey heeft z'n hart verloren aan Suriname, dat staat vast. Dat weten we uit ander werk van hem, onder andere 'Suriname, switi Sranan' en dat blijkt ook uit teksten op zijn website. Dat hij als fotograaf die liefde prachtig in beeld brengt, dat verrast steeds weer. Het onlangs verschenen boek 'Marrons van Suriname' is niet alleen een fotoboek. In zeven hoofdstukken worden de geschiedenis, de cultuur en het dagelijks leven van de marrons verteld en die vertelling gaat gepaard met een keur aan illustraties, eerst de overbekende prenten en tekeningen van onder anderen Stedman en Benoit, overgaand in historische foto's en tenslotte een serie foto's van de creatieve hand van de auteur.
Toch zit ik met een paar vragen: Waarom heeft KIT-publishers dit boek juist nu uitgebracht, tegelijk met 'Kunst van overleven', de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling in het Tropenmuseum in Amsterdam, hiernaast besproken? Al is de opzet van die catalogus anders door het inzetten van veel auteurs, in de eerste hoofdstukken van beide boeken vinden nogal wat overlappingen plaats, ook wat de illustraties betreft. Ook verderop is er veel gelijksoortige informatie, al ben ik dan wel weer heel blij dat Fey aandacht besteedt aan de gezondheidszorg in het binnenland, waarbij hij het wonderlijke werk van de dresiman (zie de foto van een jonge en een oude dresiman, p. 69) op één lijn zet met de aanpak van de Medische Zending. Weliswaar noemt hij de fenomenale kennis ten aanzien van het helen van botbreuken niet en weet hij blijkbaar ook nog niet dat er al zeker drie jaar een actieve fulltime tandarts, Susanne Poots, voor de Medische Zending rondvliegt. Het gevaar dat de kennis en het gebruik van medicinale planten wegens het 'gemak' van westerse geneesmiddelen verloren gaat of wordt gepatenteerd door grote farmaceutische industrieën, waardoor de deskundige dresiman het nakijken hebben, wordt wel duidelijk belicht.
Dramatische gebeurtenissen in het recente verleden, zoals de aanleg van het stuwmeer en tengevolge daarvan de transmigratie, en de Binnenlandse Oorlog krijgen ook hier veel aandacht en maken weer duidelijk hoe ontheemding het dagelijks leven en de gezagsstructuren heeft beïnvloed. Verder geeft het zesde hoofdstuk, 'Dagelijks Leven', een goed beeld van het leven in de dorpen, de familieverhoudingen, de dagelijkse verplichtingen en alle veranderingen in de loop van de laatste decennia. Wat mij als vrouw een onderzoek waard lijkt, maar wat in beide boeken weinig wordt belicht, is de borduurkunst van de vrouwen. En dan bedoel ik niet de kleurige kruissteekpatronen die de vrouwen uit Europese DMC-patronenboeken halen. Het Franse borduurgaren DMC is trouwens allang vervangen door goedkoop chinees garen van veel minder kwaliteit. Ook bedoel ik niet de met 'anitiibuutu' gehaakte randen aan pangi, geleerd van zendelingenvrouwen(?). Ik heb Saamaka-vrouwen zien toveren met onbekende steken en patronen die veel dichter bij hun cultuur staan dan de kruissteekjes en die vaak de symbolen van het houtsnijwerk benaderen. En ook de met de hand gemaakte mamio's die iets weg hebben van de kleurige Ghanese lappen, en het koti-plaki-werk met traditionele symbolen verdienen meer aandacht. Wat textiel betreft even een correctie: de kamisa is de lendendoek van de man en de schouderdoek wordt tapuskinpangi genoemd. Vrouwen doen daarbij inderdaad hun best om voor hun geliefde de mooiste patronen en teksten te verzinnen. Een tweede vraag is: waar is de bronvermelding? Hoe komt Toon Fey aan al die informatie? Hoort dat niet in elk boek thuis? Over bepaalde onderwerpen wil men toch meer weten, maar met dit boek kom je niet verder. Er is alleen een minutieuze fotoverantwoording, waar ook nog het nodige aan ontbreekt (pp. 10, 12,13, 14, 15, 17).
Al met al is 'Marrons van Suriname een boek om aan te schaffen en/of cadeau te geven. Elke toerist die van plan is naar het binnenland te gaan, zou ik dit boek willen aanraden. Het is dan ook geen verrassing dat het boek gedeeltelijk gesponsord is door de SLM en haar dochter Mets Travel & Tours. Maar ook hier in Sranan bestaan er nog veel vooroordelen en onkunde ten aanzien van de bewoners van het binnenland en het zou dan ook verplichte lectuur moeten zijn voor DNA-leden die geen marronachtergrond hebben, voor ministers, voor andere beleidsmakers, voor buren van marrons en collega's, voor werkgevers en werkers bij ngo's, om zo meer kennis op te doen over deze bijzondere bevolkingsgroep. DWT.

Kunst van overleven
Introductie Saramaccaanse taal

Vanaf 6 november 2009 t/m 9 mei 2010 vindt er in het Tropen Museum een grootschalige tentoonstelling van en over de rijke cultuur van de Marrons plaats. (Kunst van overleven). Kenners spreken van het best bewaarde stukje van Afrika die buiten Afrika ligt. Tijdens deze tentoonstelling wil Stichting Saamaka Soni (dhr. E.H.Ray Landveld) u door simpele oefeningen meenemen om kennis te maken met de Saramaccaanse taal. Weet u hoe u gedag moet zeggen? Kunt u de weg aanwijzen of een glas water vragen? Tijdens deze introductie leert u heel wat woorden waarmee u makkelijk uit de voeten kunt. De leeftijd om deel te kunnen nemen is vanaf 12 jaar. De eerste introductie les is al op 8 november 2009, daarna op 29 nov. en 13 december 2009. Voor de overige data kunt u de website raadplegen. Voor meer informatie en reservieringen kunt u bellen naar: 020-568 8233 of 06-2826 4442.

Grind of asfalt
Was it not suppoost to be?
De Afobakaweg is de weg die Paramaribo en Afobaka verbind met o.a het district Brokopondo. In de zestiger jaren is deze weg aangelegd i.v.m het bouwen van de Afobaka stuwdam. Dit was het begin van de huidige ellende.
Toen eind 1963, begin 1964 de 1e dorpen moesten transmigreren vanwege het openen van de stuwdam die heel Suriname en vooral Paramaribo moest voorzien van elektriciteit ging men ervan uit dat dit een goede start voor de ontwikkeling van het binnenland zou zijn.De eerste jaren na 1964 stierven er een heleboel mensen van de getransmigreerde dorpen. De doodsoorzaak was vrijwel onbekend. Nu na ongeveer 45 jaar worden dit soort zaken helder.
Laat ons proberen de situatie te schetsen. Stelt u het zich eens voor: 100 jaar voor de afschaffing van de slavernij sloten de vrijgevochtten mensen in het binnenland vrede met toenmalige overheid. Van generatie op generatie hebben de voorouders van deze groep in het binnenland van Suriname gewoond. Na zoveel jaren en generaties in hetzelfde gebied gewoond te hebben komt er een moment (zonder fatsoenlijk overleg) dat de meeste dorpen boven het stuwmeer getransmigreerd zouden worden. Dit hield dus in dat mensen hun huis en haard moesten verlaten. Dierbaren die in de gebieden begraven lagen zouden achter gelaten worden. Kostgronden met allerlei gewassen en niet te vergeten de gadu wosu’s en dergelijken ondergingen hetzelfde lot. Ging men voor de transmigratie over tot het inventariseren van huizen, kostgronden, vruchtbomen en zelfs de dieren in het oerwoud; de realiteit is altijd anders. Gezinnen in deze woongebieden waren niet klein. Een standaard gezin bestond meestal uit een vader, moeder en minimaal 4 maximaal 12 kinderen. De huizen die men terug kreeg in het “nieuwe dorp” hadden een afmeting van ongeveer 6 bij 4. Ongeacht de grootte van je gezin of je huis in het voormalig dorp . Voor een vruchtboom kreeg je een vergoeding van vijf cent . Iemand die het binnenland kent weet dat dit niet op die manier werkt. Goed… uiteindelijk zijn de mensen verhuisd; is het dan niet logisch dat ziektes zoals bloedsuiker, hoge bloeddruk en aanverwante ziekten het gebied teisterden. Geen wonder dus dat er een heleboel dorpelingen in de 1e jaren kort na de transmigratie overleden.
Het doel van de stuwdam was natuurlijk witte steenkool (elektriciteit). De getransmigreerde dorpen hebben sinds de laatste 10 jaar elektriciteit bij mooi weer (als het bliksemt valt de elektriciteit uit) In sommige dorpen is men aangewezen op lichtmotoren die op dieselolie werken. Een gevolg hiervan is dan tekort aan middelen om de olie aan te schaffen. Behalve in de verkiezingsperiode ….politieke partijen doen dan grote schenkingen olie.
Nu terug naar de Afobakaweg. Het is nu dus 45 jaar geleden sinds de dorpen getransmigreerd zijn. En de weg is nog steeds niet wat een belangrijke verbindingsweg hoort te zijn (weg naar Albina, weg naar Nickerie, als voorbeeld). Ondanks het feit dat de rust- en ontspanningsoorden als paddenstoelen uit de grond reizen in dat gebied, de weg, dat nemen we op de koop toe. Terwijl de arme kinderen die langs de weg wonen iedere dag een aantal kilometers te voet afleggen om onderwijs te kunnen genieten, leidt de Afobakaweg zijn eigen leven. Mochten die kinderen de weg als hun woongebied beschouwen, tegenwoordig is dat heel anders. Jij hoort uit de weg te gaan voor alles wat er aan komt.

“De weg zal geasfalteerd worden” horen wij al sinds mensen heugenis. Nu is het dan eindelijk zover. Er is een aanvang gemaakt. Deed de bus vanuit de Saramaccastraat naar Klaaskreek er 2 uur over, tegenwoordig doet men er één uur tot 75 minuten over. En… de weg is nog niet eens geasfalteerd. Alleen het scrabelen veroorzaakt dit soort gedrag. Anyway het voorwerk is begonnen. Voor de omwonenden is het een grotere puinhoop dan het al was. Het voorbij razen van auto’s, mini busjes, coasters en niet te vergeten de grote DAF trucks die aan en af rijden met grind en verschillende zand soorten en niet te vergeten hout. Het tijdstip speelt geen enkele rol (24 hours around the clock). De bestuurders van de DAF trucks en de werknemers van dit project zijn voor 99% Chinezen. Op zich niets mis mee het werk moet gedaan worden. De meesten onder hen spreken noch Engels noch Nederlands laat staan één van de lokale Marron talen. Is dit niet de toren bouw van Babel? Je beklag kun je in ieder geval niet bij één van hen doen. Bij wie dan wel??? Één ding is wel zeker over een paar jaar lopen er een heleboel Marrons met spleetoogjes rond in het gebied van de dan misschien wel geasfalteerde weg. Want de taal is misschien een barrière maar de liefde kent geen grenzen. Of herhaalt de geschiedenis zich alleen maar. Chinezen in Nickerie; Braziliaanse gouddelvers en de Guyanezen in de jaren zeventig en tachtig.
Des al niet te min gaan we ervan uit dat de Afobakaweg over 2 jaar helemaal geasfalteerd zal zijn. Was er niet 3 jaar hiervoor uitgetrokken? Nou …uitgaande van een begin in 2008 dan zal de weg in 2011 af moeten zijn. En wie weet met de komende verkiezingen in zicht zelfs eerder. Want de Afobakaweg is een goede verkiezingsstunt.

Overhandiging boeken Daniël IJveraar school

Na ongeveer 1 uur en 30 minuten rijden richting zuiden van Suriname naderen wij ( Stg. Saamaka Soni) het dorpje Klaaskreek. De bus is volgeladen met passagiers en vracht. Als we het dorp binnen rijden passeren we eerst de begraafplaats die er vredig bij ligt. Enkele meters verder naderen we de chinese winkel met daar tegenover de school en daarnaast de kerk.

De school geeft mij meteen een weemoedig gevoel. Ik heb er ooit in 1972 drie maanden op gezeten; waar ik me overigens niets van kan herinneren.In ieder hadden we geluk. Meteen na aankomst werden we bezocht door een 3 basias (binnenlandse gezag dragers). We vertelden meteen wat het doel van ons bezoek was. We hadden 254 school boeken bij ons die we namens het Koninklijk Instituut voor de Tropen wilden overhandigen. Er werd heel enthousiast op het plan gereageerd. Juffrouw Weimans die ook in Klaaskreek geboren is werd er meteen bij gehaald. Afgesproken werd dat wij op woensdag 18 juli de boeken mochten overhandigen.

Uiteindelijk was het dus woensdag. Om 08.00 uur ’s ochtends begaven we ons naar het school plein. Na de vlaggeparade (waarbij het volkslied uitbundig gezongen wordt) werden we door het hoofd van de school mevrouw Clayedesdaele rondgeleid. Bij de kleuters aangekomen kon ik het niet meer droog houden; ik liet mijn tranen de vrije loop. Kortom er is heel veel werk aan de school te doen. Van schilderen tot verbouwing en noem het maar op. In ieder hadden we geluk. Meteen na aankomst werden we bezocht door een 3 basias (binnenlandse gezag dragers). We vertelden meteen wat het doel van ons bezoek was. We hadden 254 school boeken bij ons die we namens het Koninklijk Instituut voor de Tropen wilden overhandigen. Er werd heel enthousiast op het plan gereageerd. Juffrouw Weimans die ook in Klaaskreek geboren is werd er meteen bij gehaald. Afgesproken werd dat wij op woensdag 18 juli de boeken mochten overhandigen. Uiteindelijk was het dus woensdag. Om 08.00 uur ’s ochtends begaven we ons naar het school plein. Na de vlaggeparade (waarbij het volkslied uitbundig gezongen wordt) werden we door het hoofd van de school mevrouw Clayedesdaele rondgeleid. Bij de kleuters aangekomen kon ik het niet meer droog houden; ik liet mijn tranen de vrije loop. Kortom er is heel veel werk aan de school te doen. Van schilderen tot verbouwing en noem het maar op.

Na ongeveer 2 uur rondleiding en een goed gesprek met het hoofd der school gingen we eindelijk over tot het overhandigen van de boeken. We kunnen gerust zeggen dat de leerlingen heel blij waren met de 254 boeken en de school uiteraard ook. Natuurlijk: de boeken hebben we namens het KIT en Stg. Saamaka soni aangeboden.

Het is de bedoeling dat de Daniël IJveraar school per 1 oktober 2007 een utgebreide bibliotheek krijgt. (van de voorbereidingen konden we nog niets merken, de schoolvakanties beginnen op 20 augustus). In de bibliotheek kunnen dan ook de leerlingen van het voortgezet onderwijs (die 50 km verder op school zitten) boeken lenen en de krant lezen. De krant is in Klaaskreek moeilijk aan te komen doordat er geen verkooppunt is. De bibliotheek zou een schakel moeten zijn waar de krant verkrijgbaar is voor zowel de leerlingen als de andere dorpsbewoners. Dat zou dan een enorme vooruitgang zijn. Namens de Daniël IJveraar school zeggen we dank aan het KIT voor deze grandioze gift.

Nogmaals: KIT BEDANKT!!!!

Frits van Troon
Grootste bomen- en plantenkenner, Frits van Troon, uit Suriname is in Amsterdam om als eregast de première van de film "Zonder plant ga niet leven" bij te wonen. Frits van Troon kent niet alleen bomen en planten van het Surinaamse oerwoud, maar ook uit de bossen van Bilize en Costa Rica. Hij kan de namen opnoemen in het Saramaccaans, Sranantongo en de Inheemse talen en Latijn.

Voor aanvang van de film staat deze trotse man een journalist te woord en een ieder wilt hem de hand schudden. Als de zaaldeuren opengaan, stromen de bezoekers naar binnen. Een ieder krijgt een envelope overhandigd, deze envelope is bestemd voor de actie een Ton voor Tonka. Om de mensen welkom te heten, wordt er een Saramaccaans lied ten gehore gebracht. Frits van Troon komt binnenlopen en het publiek verwelkomt hem met een daverend applaus. Voorzitter van Rainforest Medical, Henk Wilgenburg, voert het woord waarna Frits van Troon aangeeft dat hij trots is. Na het openingswoord van Henk Wilgenburg krijgen ook Olaf Banki en Tine van Andel het woord. Olaf Banki, Bosecoloog geeft aan dat hij ervan schrikt hoeveel bomen Frits van Troon dan wel niet omarmd heeft. Banki heeft in zijn samenwerking met van Troon ruim 40.000 bomen omarmd. Tine van Andel, Ethnobotanicus van het Nationaal Herbarium Nederland, vraagt zich af waar de wetenschap zou zijn zonder mensen als Frits van Troon. Tijdens de film geniet het publiek van een prachtig natuur uit het binnenland. Voor sommige mensen is het heimwee en verlangen. De Saramaccaanse bezoekers en hen die de taal verstaan, schieten in de lach als Frits van Troon in gesprek is met een van de dorpsbewoonster. Na verloop van de film loopt Andre Pakosie van Stg. Sabanapeti het podium op. Hij somt een kleine biografie van Frit op en bedankt hem voor zijn diensten. Pakosie geeft aan dat van Troon een man is die zich thuis voelt in zijn woongebied. Het is voor van Troon een volkomen verrassing om op deze dag geëerd te worden. Pakosie overhandigd de Granman Gazon aan de "groene profeet". Deze award komt alleen personen toe die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de Surinaamse gemeenschap in het algemeen en voor de Marrongemeenschap in het bijzonder.

Na het overhandiging van het award zei Frits van Troon "Mag ik ook die brief hebben?" Hij doelt hierop het spiekbriefje van Andre Pakosie. Het officiële gedeelte werd afgesloten en er vond een gezellige samenzijn met Frit van Troon plaats.

Ga naar boven