| |
|
|
 |
TRADITIES
De dracht van de Marron vrouw is een lende doek die bekend is als de pangi (koosu). Bij de mannen is het de bandya koosu en kamisa.
Puu a doo (letterlijk vertaald naar buiten dragen)
Eén van de vele tradities van de Marrons in Suriname is het naar "buiten dragen" van een baby. Acht dagen na de geboorte van een kind wordt hij of zij cultureel "naar buiten gedragen". De vader nodigt ouderlingen, basias, familieleden en anderen uit om de plechtigheid bij te wonen. Voordien was het hele dorp er al van de geboorte op de hoogte en vader en moeder hadden al een dag bepaald waarop de plechtigheid van puu a doo zal plaats vinden. Is het op een door de weekse dag dan gebeurt het om 07:00 of 08:00 uur 's ochtends. Is het in het weekend, dus op zondag, dan wordt de puu a doo na de kerkdienst gehouden (in de gekerstende dorpen). Het hele dorp trekt hier naar toe. De ceremonie begint met een kerkelijk gebed, daarna worden er 2 of 3 liederen gezongen. Degene die de zuigeling "naar buiten zal dragen" is eerder uitgezocht door vader en moeder. Die persoon (voor een jongen een man, voor een meisje een vrouw) moest van "onbesproken" gedrag zijn want hij of zij moest een voorbeeld zijn voor de pasgeborene. Is het kind eenmaal naar buiten gebracht dan wordt het van hand tot hand aan alle bezoekers doorgegeven, waarbij de baby wordt omhelsd terwijl hem/haar al het goede wordt toegewenst. De baby komt tenslotte bij één van de ouderlingen terecht. Deze loopt naar de vader en moeder van de baby en spreekt ze vermanend aan: "zorg goed samen voor het kind, het is niet een kind van jullie alleen maar het behoort de hele gemeenschap toe" en legt daarna de baby in de armen van de moeder. Kort om deze ceremonie heeft als doel het kind een lang en gezond leven en heel veel succes toe te wensen. Dat hij of zij een grote man of vrouw in de maatschappij mag worden.
Koyo
De ontwikkeling van de borsten(van een meisje) bepaalt op welk leeftijd een meisje koyo (=een schaamlapje ter bedekking van de venusheuvel) krijgt. Als hetzover is onderhandelen de zussen en de nichten van de vader met de moeder van het meisje; want zij zijn degenen die hun nichtje met deze ceremonie half volwassen verklaren. Maanden van de tevoren gaan de tantes rond in het dorp om spullen te vragen voor de koyo. Spullen zoals: stukjes stof (koosu buka), pangi's, geld, pannen, borden enz. alle bijdragen zijn welkom. Dat meisje in kwestie is niet op de hoogte van deze activiteiten. Op de dag van de ceremonie, meestal op een zondag na de kerkdienst of in de schoolvakanties op een door de weekse dag, moet het meisje zogenaamd een boodschap gaan doen bij één van de tantes. Daar zal ze dan aangekleed worden. Daar bij tante aangekomen zijn alle andere tantes al aanwezig. Dan roepen ze allemaal "de weli en eeee". Het meisje wordt dan aangekleed met de koosu buku en een klein stukje lap om haar schaamdeel te bedekken. Dat stukje lap is dan de koyo, (vanaf dit moment hoort dit meisje altijd haar schaamdeel te bedekken en draagt ze voortaan een pangi tot boven de knie). Tijdens het aankleden wordt ze aangesproken door de tantes, geluk gewenst en wat er verder van haar verwacht wordt. Dus behulpzaam zijn, vriendelijk met de dorpsgenoten omgaan, haar best op school doen enz. Daarna gaan ze al dansend het dorp rond richting het uis van de ouders; daarbij doen ze nog adressen van tantes en ouderlingen aan die slecht ter been zijn en wordt er ook flink gedanst. het eindpunt van dit alles is bij de ouders thuis waar de familie van de moeder hen opwacht met lekker eten, drinken en cadeautjes. Natuurlijk wordt er eerst nog gedanst. We denken aan de beroemde "fa I du da sani". Hierbij laten papa en mama een soort paringsdans zien. Het komt wel eens voor dat één der tantes met een broer of neef van mama de paringsdans doen. Terwijl er in een kring gedanst wordt worden er versnaperingen en cadeautjes uitgedeeld.
Koosu
De koosu komt op heel veel vlakken overeen met de koyo. Hierbij worden er geen koosu buka opgehaald, wel pangi's, borden enz. Het meisje is bij deze traditie al volwassen (let wel volwassen voor de Marron cultuur). Bij het aankleden wordt ze gedrappeerd met pangi's en nogmaals pangi's dus heel veel pangi's. Vandaar ook de naam koosu (wat hetzelfde betekend als pangi). Vanaf dit moment draagt het meisje (inmiddels een jonge dame) haar pangi tot over de knie. De wijze woorden van de tantes mogen natuurlijk ook niet ontbreken. Geluk, wijsheid, liefde en "als een jongen een aanzoek doet, verwijs hem dan door naar tante". Zij behandelen dat soort verzoeken. (Tegenwoordig gebeurd het duidelijk anders, een meisje heeft eerst een vriend en vertelt het daarna aan tante). En het mag geen armoedzaaier zijn maar een geschoolde en beleefde jongeman. Het dans gedeelte ontbreekt niet net zo min als de versnaperingen en de cadeautjes. En de "fa I du da sani" natuurlijk ook niet.

Kamisa
Ongeveer als bij de koyo wordt de jongeman gelokt naar het huis van een oom te gaan. Hetzij een neef of broer van de vader. Eénmaal binnen is er voor hem geen uitweg meer de kamer te verlaten, voordat hij ingewijd is. Hij wordt toegesproken door één van de ooms terwijl de anderen ervoor zorgen dat hij uitgekleed wordt. De kamisatataï wordt hem omgedaan zodat de kamisa vast gemaakt kan worden. Er wordt een bandyakoosu over zijn schouder gebonden en om zijn hals een hangisa. Na het aankleden, wordt hij met wijze woorden toegesproken. Op deze dag begint voor de jongeman de overgang naar volwassenheid. Vanaf dit moment mag hij zich verloven.
Als de rituelen zich hebben voltrokken, wordt er met de kersverse volwassen man in een stoet door een deel van het dorp gelopen. Langs de weg staan vrienden, familieleden en sympathisanten hem toe te juichen en mee te zingen. Thuis staat hem heel wat cadeautjes te wachten die hij van zijn ouders en de rest van de familie in ontvangst mag nemen.
Ga naar boven
|
|
|
|